oververtegenwoordiging van mannen
Met de ratificatie, twintig jaar geleden, van het VN-Vrouwenverdrag heeft Nederland zich verplicht tot het onverwijld en met alle passende middelen voeren van een beleid dat gericht is op het uitbannen van alle vormen van discriminatie van vrouwen en de verbetering van de positie van vrouwen op politiek, sociaal, economisch en cultureel gebied. Het is duidelijk dat de regering in het buitenlands beleid haar verplichtingen uit het Vrouwenverdrag heeft erkend en deze wil blijven nakomen ten aanzien van vrouwen in ontwikkelingslanden.
Hoe staat het echter met diezelfde verplichtingen ten aanzien van vrouwen in Nederland? Is de regering zich voldoende bewust van de hier nog steeds bestaande gender ongelijkheid en de verplichtingen uit dit verdrag t.a.v. het binnenlands beleid? Zijn de belemmeringen voor het realiseren van gelijke rechten in de praktijk weggenomen?
Dat vrouwen hun inzichten en hun overtuigingskracht op gelijke voet met mannen moeten kunnen inzetten voor een werkelijk democratische rechtsstaat, werd twintig jaar geleden als noodzakelijk erkend: een van de drie in het Beleidsprogramma Emancipatie 1992-1995 opgenomen speerpuntprojecten was erop gericht in 18 jaar tijd te komen tot evenredige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de Tweede Kamer en andere volksvertegenwoordigingen.
Sinds 2002 hebben regeringen het emancipatiebeleid verengd tot grotere participatie van vrouwen op de betaalde arbeidsmarkt.
Het streven naar gelijke politieke vertegenwoordiging is uit beeld geraakt door talloze discussies over quotaregelingen. Premier Rutte heeft daarbij bij herhaling uitgesproken dat hij niets voelt voor voorrangsbeleid voor vrouwen. Dat is op zich een prima uitgangspunt. Vrouwen willen ook geen voorrangsbeleid voor vrouwen, maar zij willen evenmin voortzetting van de grote oververtegenwoordiging van mannen in alle vertegenwoordigende en besluitvormende organen. Aletta Jacobs wees in 1899 al op de noodzaak van gelijke deelname van mannen en vrouwen ´aan het bespreken der openbare belangen, aan de behandeling der maatschappelijke vraagstukken, aan het samenstellen der wetten, waarnaar wij ons allen hebben te gedragen, omdat wij alleen dan gewaarborgd zijn dat zaken van algemeen belang niet éénzijdig beoordeeld worden.’
Hoe kunnen we dus onze premier uitdagen onverwijld een eind te maken aan het de facto voorrangsbeleid voor mannen? In 2004 gaf het CEDAW-Comité een aanbeveling over implementatie van artikel 7 van het Vrouwenverdrag, over gelijke participatie in politiek en bestuur (General Recommendation No. 23). Artikel 7 vervult een hefboomfunctie voor het realiseren van alle mensenrechten van vrouwen.
Als bron voor informatie en inspiratie is er nu ook General Recommendation No. 28, over de essentiële verplichtingen van de Verdragsstaten ingevolge artikel 2 van het Verdrag. Deze GR is vastgesteld in november 2010. De aanbevelingen zijn in Nederlandse vertaling te vinden op de website van de Rijksoverheid onder internationale vrouwenemancipatie. Een open uitnodiging om ons als wereldburgers op te stellen, lijkt mij. Lezing daarvan voorafgaand aan de viering van de Officiële Opening van het Huis voor democratie en rechtsstaat op 15 september a.s., dit is de 4e Internationale Dag van de Democratie, sluit daarbij aan: van harte aanbevolen!
Vrouwenbelangen, opgericht in 1894 voor gelijke deelname en invloed in de politiek, zoekt (nieuwe) leden en samenwerking met andere organisaties die zich willen inzetten om met de kennis van nu de belemmeringen uit de weg te ruimen die vrouwen en andere burgers en bewoners van ons land ondervinden bij het realiseren van gelijke mensenrechten in de praktijk.








